Logo gemeente Rijssen-Holten

Versie 1 · 2026

Gemeente Rijssen-Holten

Handreiking natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen.

Een groene wijk begint bij je eigen tuin. Deze handreiking laat zien hoe je daar invulling aan geeft, met basismaatregelen en een keuze tussen de puntenroute en de 15-80-20 route.

Drie huismussen met gele bouwhelmen op een rij op een tak. AI-beeld.
Versie
september 2026
Gebied
Rijssen-Holten
Status
Definitief

Inleiding

Welkom in een groene wijk

In de gemeente Rijssen-Holten worden nieuwe woongebieden ontwikkeld met extra aandacht voor groen, klimaatadaptatie en ruimte voor dieren, bovenop wat in een gemiddelde nieuwbouwwijk gebruikelijk is.

Samen maken we van Rijssen-Holten een groene, klimaatbestendige gemeente. De gemeente zorgt voor groen in de openbare ruimte. Jij zorgt voor je eigen tuin. Wat jij doet met de vierkante meters achter of voor je deur maakt verschil. Een groene tuin houdt regenwater vast zodat straten en tuinen minder snel onderlopen. Het geeft insecten, vogels, vleermuizen en egels een plek. En op warme zomerdagen is een groene tuin aantoonbaar koeler dan een betegelde tuin.

De gemeente heeft daarom regels vastgesteld voor de inrichting van tuinen en erven. Die regels zijn juridisch verankerd in het bestemmingsplan en hebben daarmee een bindende status voor iedereen die een woning bouwt of betrekt in dit gebied. Of je nu zelf bouwt, een woning huurt via een woningcorporatie of koopt via een projectontwikkelaar: de regels in deze handreiking gelden voor jou als bewoner.

Doorsnede en bovenaanzicht van een groene woonwijk, met bomen, struiken en een wadi met water in het midden en woningen aan de randen.

Zo gebruik je dit document

Dit document bestaat uit twee delen. Heb je een grondgebonden woning, lees dan deel 1. Woon je in een appartement of andere gestapelde woning, ga dan naar deel 2.

Per type woning doorloop je dezelfde stappen. Eerst de basismaatregelen: die gelden voor iedereen, ongeacht welke route je kiest. Daarna maak je een keuze tussen Route A en Route B. Route A is de puntenroute: je kiest zelf welke maatregelen je treft en bouwt punten op uit twee categorieën. Route B is de rekenroute: je houdt minimaal 80% van je onbebouwde kavel groen of waterpasserend.

Meer verdiepende informatie vind je op de website van gemeente Rijssen-Holten. Daar wordt per maatregel uitgelegd waar je hem toepast, wat de randvoorwaarden zijn en hoe je het onderhoudt. Ook vind je er voorbeeldsoorten en praktische inspiratie.

Deel 1 · Grondgebonden woningen

De basismaatregelen voor grondgebonden woningen

Deze vier maatregelen zijn voor iedereen verplicht. Eraan voldoen is altijd voorwaardelijk, ongeacht welke route je verder kiest.

  1. Parkeerplaats waterpasserend of halfverharding
  2. Twee inbouwstenen voor de gierzwaluw
  3. Groene haag langs de openbare ruimte
  4. Regenton van minimaal 200 liter

Deel 1 · Verplicht voor iedereen

De basismaatregelen

Dit deel gaat over grondgebonden woningen: vrijstaande woningen, twee-onder-een-kapwoningen, tussenwoningen en patiowoningen. Woon je in een gestapelde woning? Zie dan deel 2 van deze handreiking.

De basismaatregelen zijn voor iedereen verplicht. Het maakt niet uit welke route je kiest voor de rest van je tuin: aan deze vier maatregelen moet je altijd voldoen.

Let op

Voldoe je niet aan de basismaatregelen? Dan wordt je omgevingsvergunning in principe niet verleend.

De vier basismaatregelen in één oogopslag

  1. Voer de parkeerplaats op eigen terrein uit in waterpasserende verharding of halfverharding.
  2. Plaats twee inbouwstenen voor gierzwaluwen in de gevel.
  3. Plant een groene haag langs de openbare ruimte.
  4. Plaats een regenton met een inhoud van minimaal 200 liter.

Parkeerplaats op eigen terrein

Verplicht voor iedereen: van toepassing als je parkeert op eigen terrein

Als je een parkeerplaats of oprit op eigen terrein hebt, voer je die uit in waterpasserende bestrating of halfverharding. Dichte tegels, beton of asfalt zijn niet toegestaan. Alleen de parkeerplaats zelf (2,5 x 5 meter) hoeft waterpasserend te zijn. Het pad van de straat naar de parkeerplaats hoeft dat niet. Het aantal verplichte parkeerplaatsen op eigen terrein verschilt per woningtype. Bij vrijstaande en twee-onder-een-kapwoningen zijn dat minimaal twee parkeerplaatsen. Bij hoekwoningen van aaneengebouwde woningen is dat minimaal een parkeerplaats.

Vrijstaande bakstenen woning met een oprit van grastegels en een groene haag langs de straat. AI-beeld.

Waarom?

Waterpasserende bestrating laat regenwater direct door naar de bodem. Zo wordt het riool minder belast bij hevige regenval en blijft het grondwater op peil. Gebruik nooit chemische onkruidbestrijdingsmiddelen op deze bestrating. Dit vervuilde water zakt in de bodem en komt direct in het grondwater terecht.

Heb je een carport of overkapping boven je oprit?

Onder een carport of overkapping vervalt de verplichting voor waterpasserende bestrating. Het water kan daar niet doorheen. Als compensatie is een groendak op je carport of overkapping wenselijk, bijvoorbeeld sedum. Een carport is meestal vergunningsvrij, dus dit kunnen we niet eisen, maar een groen dak draagt wel bij aan klimaatadaptatie.

Inbouwstenen voor de gierzwaluw

Verplicht voor iedereen: twee inbouwstenen per woning

In je gevel komen twee inbouwstenen voor de gierzwaluw. Deze stenen bieden een beschutte nestplek voor gierzwaluwen, een vogel die volledig afhankelijk is van gebouwen om te broeden.

De inbouwstenen worden geplaatst in de noord- of oostgevel van je woning, op minimaal 4 meter hoogte. Het mag ook in een bijgebouw of schuur als deze minimaal 3 meter hoog is en minimaal 15 jaar blijft staan.

Bakstenen gevel onder de dakrand met zes ingemetselde nestkasten voor de gierzwaluw.

Let op

Controleer bij de bouw of de inbouwstenen al zijn opgenomen in het bouwplan. Als dat niet het geval is, ben je zelf verantwoordelijk voor de plaatsing voor of tijdens de bouw.

Waarom?

Het aantal gierzwaluwen is de afgelopen decennia sterk gedaald. Moderne nieuwbouwwoningen bieden nauwelijks geschikte nestplaatsen meer. Inbouwstenen lossen dat op.

Groene haag langs de openbare ruimte

Verplicht voor iedereen: aan de zijde grenzend aan openbare ruimte

De erfafscheiding grenzend aan openbaar gebied voer je uit als een groene haag. Schuttingen of gesloten afscheidingen zijn aan deze zijde niet toegestaan. Een enkele poort of deur in de haag is wel toegestaan, bijvoorbeeld als toegang vanaf een achterpad of een parkeerplaats. Het gaat dan om één doorgang, niet om een gesloten schuttingdeel. Grenst je tuin aan een groenstrook in plaats van aan verhard openbaar gebied, dan is een doorgang niet toegestaan.

Kies bij voorkeur voor inheemse soorten zoals beuk, haagbeuk, meidoorn, sleedoorn, kornoelje of klimop op een open hekwerk. Op de website van gemeente Rijssen-Holten vind je meer voorbeeldsoorten en informatie over de vergunningsvrije bouwhoogtes in jouw straat.

Rij woningen met lage groene hagen langs het trottoir. AI-beeld.

Waarom?

Een groene haag langs de openbare ruimte verbindt tuinen met de omgeving en maakt de hele wijk groener en levendiger. Insecten, vogels en kleine zoogdieren kunnen er doorheen bewegen. Een gesloten schutting vormt een barrière.

Regenton

Verplicht voor iedereen: minimaal 200 liter per woning

Je plaatst minimaal één regenton van minimaal 200 liter bij je woning, aangesloten op een regenpijp.

  • Zorg voor een deksel of gaas op de regenton
  • Sluit de regenton af in de winter bij kans op vorst
Groene regenton aangesloten op de regenpijp, naast een border en een pad van grastegels. AI-beeld.

Waarom?

Bij hevige regenval stroomt veel water tegelijk het riool in. Een regenton houdt dat water vast op de plek waar het valt. In droge zomers heb je het water dan beschikbaar voor je tuin.

Deel 1

Je keuze voor Route A of Route B

Naast de basismaatregelen kies je hoe je de rest van je tuin inricht. Twee routes, hetzelfde doel.

Deel 1 · Je keuze

Je keuze: twee routes naar een groene tuin

Naast de verplichte basismaatregelen kies je zelf hoe je de rest van je tuin inricht. Je kunt daarbij kiezen uit twee gelijkwaardige routes. Beide routes leiden tot hetzelfde resultaat: een groene en klimaatadaptieve tuin. Kies de route die het beste bij jou past.

Route A · De puntenroute

Voor wie gerichte keuzes wil maken

  • Kies maatregelen uit de lijst
  • Elke maatregel heeft een puntwaarde
  • Je hebt minimaal 10 punten nodig
  • Je kiest zelf welke combinatie je maakt
  • Je legt je keuze vast bij je vergunningaanvraag.

Snelste weg: kies het huismuspakket. Dat levert direct 10 punten op.

Route B · De 15-80-20 route

Een resultaatgerichte manier om aan de handreiking te voldoen

  • Neem je totale onbebouwde kaveloppervlak (tuin + oprit)
  • Trek 15 m² af voor het terras
  • Van de rest moet 80% groen of waterpasserend zijn
  • Maximaal 20% mag dicht verhard zijn
  • Je legt je keuze vast bij je vergunningaanvraag

Geen punten tellen. Je stuurt op het eindresultaat: een tuin die voor minstens 80% groen of waterpasserend is.

Drie situaties, drie antwoorden
Jouw situatieOns advies
"Ik wil gewoon een groene tuin en zo min mogelijk gedoe."Kies Route B. Bereken hoeveel m² je onbebouwde kavel heeft, trek 15 m² af en houd de rest voor 80% groen of waterpasserend.
"Ik ben natuur- of vogelliefhebber en wil specifieke maatregelen nemen."Kies Route A. Kies gerichte maatregelen die passen bij jouw interesse, zoals het huismuspakket of een groendak.
"Ik weet het nog niet precies. Ik richt de tuin later pas in."Kies Route B als startpunt. Die geeft je de meeste vrijheid in hoe je de details later invult, zolang de verhouding groen en verhard klopt.

Vragen?

Kom je er niet uit? Neem contact op met de afdeling duurzaamheid van de gemeente Rijssen-Holten.

Deel 1 · Route A

De puntenroute

Kies maatregelen uit twee categorieën en spaar minimaal 10 punten. Welke combinatie je maakt, bepaal je zelf.

Route A werkt met een puntensysteem. Je kiest maatregelen uit twee categorieën en spaart minimaal 10 punten. Welke combinatie je maakt, bepaal je zelf. De enige eis: kies minimaal één maatregel uit categorie 1 en minimaal één uit categorie 2. Op de website van gemeente Rijssen-Holten vind je voor alle maatregelen voorbeeldsoorten en verdere toelichting.

Maatregelen en punten, Route A grondgebonden woningen
MaatregelPunten
Snelroute · Maatregelenpakket huismus10 punten
Categorie 1 · Nest- en verblijfsmogelijkheden (kies minimaal één maatregel)
Geschikte dakrand3
Geschikte luchtspouw2–3
Gevelbetimmering2
Kunstnest huiszwaluw0,5–2
Nestplek huismus3
Categorie 2 · Groen en natuur (kies minimaal één maatregel)
Intensief groendak op platte daken3
Haag als erfafscheiding (niet-openbaar)3
Tuiny Forest4
Natuurvriendelijke vijver3
Groengevel in de volle grond2–4
Groene schutting1–3
Struiken3
Sedumdak op platte daken2
Extra regenton1
Hemelwater hergebruiken2

Snelroute · Maatregelenpakket huismus · minimaal 10 punten in één keuze

Met dit pakket ben je in één keer klaar. Vier maatregelen, samen goed voor minimaal 10 punten.

Huismus kijkt uit de opening van een inbouwsteen in een bakstenen gevel.
  1. Nestplek voor de huismus (3 punten). Plaats minimaal drie inbouwstenen voor de huismus in de gevel, óf hang minimaal drie losse nestkasten op, óf pas de hele noord- of oostzijde van je dak aan voor de huismus. Dit laatste is alleen mogelijk bij een zadeldak met dakpannen. Een losse nestkast hang je aan de gevel, aan een schuur of in een boom, op minimaal 2 meter hoogte en met een vrije aanvliegroute.
  2. Groene haag tussen de tuinen (3 punten). Plaats minimaal 10 meter haag of hekwerk met klimplanten tussen jouw tuin en die van de buren.
  3. Groene gevel in de volle grond of groene schutting (1–2 punten). Plant klimplanten in de volle grond aan de voet van de gevel of schutting, minimaal 5 m².
  4. Struiken in de tuin (3 punten). Plant minimaal 6 m² struiken, met minimaal twee soorten.

Op de website van gemeente Rijssen-Holten vind je voor alle maatregelen voorbeeldsoorten en verdere toelichting.

Kies je dit pakket, dan voldoe je volledig aan Route A.

Categorie 1

Nest- en verblijfsmogelijkheden

Kies minimaal één maatregel uit deze categorie.

Geschikte dakrand

Categorie 1: Nest- en verblijfsmogelijkheden

3 punten

Wat moet je doen?

  • Pas de dakrand aan zodat gierzwaluwen en vleermuizen de ruimte onder de dakpannen kunnen bereiken
  • Laat de hoeknokpan 3 cm uitsteken
  • Minimaal 75% van de dakrand van die gevel geschikt maken
  • Alleen mogelijk bij woningen met een zadeldak en dakpannen
  • Op minimaal 4 meter hoogte, met vrije aanvliegroute
Detail van een dakrand met dakpannen en een smalle opening eronder. AI-beeld.

Waarom?

Nieuwbouwwoningen zijn zo dicht afgewerkt dat vleermuizen en gierzwaluwen nergens meer naar binnen kunnen. Een aangepaste dakrand geeft hen een veilige nestplek die ze jaar na jaar blijven gebruiken.

Geschikte luchtspouw

Categorie 1: Nest- en verblijfsmogelijkheden

2–3 punten

Wat moet je doen?

  • Maak de luchtspouw toegankelijk via een open stootvoeg of entreesteen
  • Bij een open stootvoeg: opening minimaal 1,5 cm breed en 4 cm hoog
  • Op minimaal 3 meter hoogte met vrije aanvliegroute
  • Openingen in meerdere windrichtingen: 1 extra punt
Witte invliegsteen met een smalle sleuf in een rode bakstenen muur.

Waarom?

Vleermuizen zoeken zelf de warmste plek in de spouwmuur op. Dit maakt het systeem veel effectiever dan een vaste vleermuiskast.

Gevelbetimmering

Categorie 1: Nest- en verblijfsmogelijkheden

2 punten

Wat moet je doen?

  • Bevestig gevelbetimmering met 1,5 tot 2,5 cm ruimte tussen betimmering en muur
  • Minimaal 100 cm breed en 50 cm hoog
  • Onderzijde op minimaal 3 meter hoogte
  • Horizontale latten achter de betimmering als ligplaatsen
Witte gevelbetimmering in de top van een bakstenen gevel, deels achter boombladeren.

Waarom?

De smalle ruimte achter de gevelbetimmering is ideaal voor kleinere vleermuissoorten.

Kunstnest huiszwaluw

Categorie 1: Nest- en verblijfsmogelijkheden

0,5–2 punten

Wat moet je doen?

  • Hang kunstnesten aan de buitengevel, bij voorkeur onder een overstek
  • Maximaal 4 nesten per woning, elk 0,5 punt
  • Op minimaal 3 meter hoogte, met vrije aanvliegroute
Twee kunstnesten voor de huiszwaluw onder een dakgoot.

Waarom?

De huiszwaluw bouwt zijn nest onder dakoverstekken. Moderne nieuwbouw biedt daar nauwelijks ruimte voor.

Nestplek huismus

Categorie 1: Nest- en verblijfsmogelijkheden

3 punten

Wat moet je doen?

  • Plaats minimaal drie inbouwstenen voor de huismus in de gevel, óf hang minimaal drie losse nestkasten op, óf pas de hele noord- of oostzijde van je dak aan voor de huismus
  • De dakaanpassing is alleen mogelijk bij een zadeldak met dakpannen
  • Een losse nestkast hang je aan de gevel, aan een schuur of in een boom, op minimaal 2 meter hoogte en met een vrije aanvliegroute
Huismus kijkt uit de opening van een inbouwsteen in een bakstenen gevel.

Let op

De inbouwstenen voor de huismus zijn iets anders dan de inbouwstenen voor de gierzwaluw uit de basismaatregelen. De gierzwaluwsteen is voor iedereen verplicht. De huismuskasten zijn een keuze.

Waarom?

Het aantal huismussen is de afgelopen decennia sterk gedaald. De huismus broedt graag in groepen, in en aan gebouwen. Drie nestplekken bij elkaar geven een kolonie de ruimte.

Categorie 2

Groen en natuur

Kies minimaal één maatregel uit deze categorie.

Biodivers groendak op platte daken

Categorie 2: Groen en natuur

3 punten

Wat moet je doen?

  • Minimaal 75% van het platte dakoppervlak
  • Minimaal 6 m² dakoppervlak
  • Aardlaag van minimaal 30 cm
  • Combinatie met zonnepanelen toegestaan
  • Controleer vooraf de draagkracht
Groendak vol bloeiende wilde planten, met paarse bloemen op de voorgrond.

Waarom?

Een biodivers groendak is een volwaardige tuin op het dak. Het trekt insecten aan en buffert grote hoeveelheden regenwater.

Groene haag tussen de tuinen

Categorie 2: Groen en natuur (niet-openbaar)

3 punten

Wat moet je doen?

  • Groene haag naar niet-openbaar gebied (tussen jouw tuin en die van de buren)
  • Minimaal 10 meter lange haag of hekwerk met klimplanten
  • Vanaf 3 meter achter de voorgevel mag de haag 2 meter hoog zijn. Daarvóór maximaal 1 meter
  • Tip: gebruik je een hekwerk? Houd onderin een opening van 13 x 13 cm vrij, zodat egels van tuin naar tuin kunnen
Dichte klimopwand met hangende nestkastjes, met een loungebank ervoor.

Let op

De groene haag langs de openbare ruimte is al een basismaatregel. Deze maatregel geldt alleen voor de niet-openbare zijden van je tuin. Staat de haag of het hekwerk precies op de erfgrens, dan mogen beide buren de punten voor deze maatregel meetellen.

Waarom?

Een haag tussen aangrenzende tuinen vormt een groene corridor. Egels, vogels en insecten kunnen van tuin naar tuin bewegen.

Tuiny Forest

Categorie 2: Groen en natuur

4 punten

Wat moet je doen?

Smal pad tussen jonge bomen en struiken in een dichte, kleine aanplant.

Waarom?

Een Tuiny Forest realiseert in weinig ruimte een maximale biodiversiteit: struiken, kruiden en bodembedekkers samen.

Natuurvriendelijke vijver

Categorie 2: Groen en natuur

3 punten

Wat moet je doen?

  • Minimaal 6 m² wateroppervlak
  • Maximale diepte 60 cm, met minimaal één flauwe oever (helling 1:3 of flauwer)
  • Oevers afwerken met oeverplanten
Kleine vijver met waterlelies, omringd door oeverplanten en hoge grassen.

Waarom?

Een natuurvriendelijke vijver bergt regenwater, koelt de omgeving en biedt leefgebied voor insecten, amfibieën en vogels. Daarmee versterk je in één maatregel zowel waterhuishouding als biodiversiteit.

Groengevel in de volle grond

Categorie 2: Groen en natuur

2–4 punten

Wat moet je doen?

  • Klimplanten in de volle grond aan de voet van je gevel
  • Minimaal 5 m² geveloppervlak begroeid
  • Per 5 m² 2 punten, met een maximum van 4 punten bij 10 m²
  • Denk aan klimop, wilde kamperfoelie, hop of bosrank
Woning met een gevel begroeid met klimplanten en bloeiende planten aan de voet. AI-beeld.

Waarom?

Klimplanten bieden insecten voedsel en vogels nestgelegenheid en koelen de gevel in de zomer.

Groene schutting

Categorie 2: Groen en natuur

1–3 punten

Wat moet je doen?

  • Klimplanten in de volle grond aan de voet van je schutting
  • Minimaal 5 m² schuttingoppervlak begroeid voor 1 punt, telkens 5 m² extra geeft 1 extra punt, met een maximum van 3 punten
  • Denk aan klimop, wilde kamperfoelie, hop of bosrank
Houten schutting met latwerk, begroeid met klimplanten.

Waarom?

Een houten schutting is een gesloten vlak zonder ecologische waarde. Door er klimplanten tegen te zetten verander je die wand in leefgebied voor insecten en vogels.

Struiken

Categorie 2: Groen en natuur

3 punten

Wat moet je doen?

  • Minimaal 6 m² struiken in de volle grond
  • Minimaal twee verschillende soorten
  • De struiken mogen verspreid over de tuin staan
  • Tip: kies voor soorten die bloeien en bessen dragen, zoals meidoorn, vlier, kornoelje of gelderse roos
Huismussen tussen bloeiende struiken en hortensia's in een tuin. AI-beeld.

Waarom?

Elke struik is een ecosysteem op zich: tientallen insectensoorten leven op of van één struik. Bloemen geven nectar, bessen zijn voedsel voor vogels in de herfst en winter.

Sedumdak op platte daken

Categorie 2: Groen en natuur

2 punten

Wat moet je doen?

  • Minimaal 75% van het platte dakoppervlak
  • Minimaal 6 m² dakoppervlak
  • Aardlaag van minimaal 4 cm
  • Combinatie met zonnepanelen toegestaan
  • Controleer vooraf de draagkracht
Close-up van een sedumdak met een rand van grind.

Waarom?

Een sedumdak op een schuur of carport is een van de makkelijkste manieren om groen toe te voegen. Een sedumdak houdt regenwater vast, voert dit vertraagd af en werkt verkoelend in de zomer.

Extra regenton

Categorie 2: Groen en natuur

1 punt

Wat moet je doen?

  • Extra ton bovenop de verplichte regenton
  • Minimaal 100 liter
  • Aangesloten op een regenpijp
Vrouw tapt water uit een grijze regenton bij een donkere houten schuur.

Waarom?

Een tweede ton vergroot je opvangcapaciteit en zorgt voor water bij droogte.

Hemelwater hergebruiken

Categorie 2: Groen en natuur

2 punten

Wat moet je doen?

  • Leg een systeem aan dat regenwater opvangt en hergebruikt binnenshuis, bijvoorbeeld voor het doorspoelen van het toilet of de wasmachine
  • Opvangcapaciteit van minimaal 3000 liter
  • Aangesloten op minstens één gebruikspunt in huis
  • Een opvangvoorziening die alleen wordt gebruikt voor het sproeien van de tuin telt niet mee; daarvoor is de regenton bedoeld

Waarom?

Door regenwater binnenshuis te hergebruiken verlaag je je drinkwaterverbruik fors en ontlast je het riool bij hevige buien. Het is een serieuze stap richting een waterbewuste woning.

Wat lever je in bij de vergunningaanvraag?

  • Je gekozen maatregelen met puntentelling
  • Totaal: minimaal 10 punten

Twijfel je over je puntentelling? Op de website van gemeente Rijssen-Holten vind je een online rekentool waarmee je in een paar stappen kunt berekenen of je aan de 10 punten komt.

Route A gekozen?

Vergeet dan niet ook de vier basismaatregelen uit deel 1 te regelen. Die gelden voor iedereen, ongeacht welke route je kiest.

Deel 1 · Route B

De 15-80-20 route

Je stuurt niet op losse maatregelen maar op het eindresultaat: een tuin die voor minstens 80% groen of waterpasserend is.

Je stuurt niet op specifieke maatregelen maar op het eindresultaat: een tuin die voor minstens 80% groen of waterpasserend is. Geen punten tellen, wel goed nadenken over hoe je je tuin inricht.

Een groene tuin doet veel tegelijk. Regenwater zakt de bodem in in plaats van het riool te belasten. Het groen koelt op hete dagen en geeft insecten, vogels en egels de ruimte. Hoe je die verhouding invult, bepaal je zelf. Een border vol bloeiende planten, een groen dak op de schuur, struiken langs de erfgrens: alles telt mee. Dat geeft vrijheid en levert tegelijk een tuin op waar je zelf ook plezier van hebt.

Hoe werkt de berekening?

  1. Bepaal je onbebouwde kaveloppervlakte. Dat is je totale kavel minus de voetafdruk van je woning en bijbehorende bouwwerken. Tuin, oprit en alle andere onbebouwde ruimte telt mee.
  2. Trek 15 m² af. Dit is de minimale ruimte voor een terras of toegangspaden. Deze 15 m² mag je vrij invullen.
  3. Pas de 80/20 verhouding toe op de rest. Van wat er overblijft moet minimaal 80% groen of waterpasserend zijn. Maximaal 20% mag dicht verhard.
Illustratie van een rijwoning met achtertuin. Een label bij het terras zegt: 15 m² terras. Een label bij de rest van de tuin zegt: overig 80% groen, 20% verharding.

Wat telt als groen of waterpasserend?

Telt mee

  • Gazon, planten, borders, heesters, bomen
  • Moestuin, kruidentuin, wilde bloemenweide
  • Waterpasserende oprit of pad: grind, grasdallen, poreuze klinkers, tegels met open voegen
  • Sedumdak of groendak op bijbehorende bouwwerken
  • Vijver of wadi

Telt niet mee

  • Dichte tegels, beton of asfalt
  • Gravel op een waterdicht vlies of folie
  • Kunstgras

Let op

Kunstgras ziet er groen uit, maar is dat niet. Het biedt geen voedsel voor insecten en warmt sterk op in de zomer. Kunstgras telt niet mee als groen of waterpasserend. Kunstgroen zoals plastic klimplanten telt evenmin mee als groen oppervlak.

Rekenvoorbeelden

Hieronder drie voorbeelden. Daarna een invulschema waarmee je je eigen tuin doorrekent.

Voorbeeld 1 · Tussenwoning (kavel 150 m², woning 60 m²)

Onbebouwd: 90 m² − 15 m² (terras) = 75 m²
Minimaal 60 m² groen of waterpasserend (75 × 0,8) · maximaal 15 m² dicht verhard (75 × 0,2)
Tip: naast het terras is er nog 15 m² voor extra verharding, bijvoorbeeld een smal zijpad.

Voorbeeld 2 · Twee-onder-een-kap met schuurtje (kavel 300 m², woning 80 m², schuurtje 6 m²)

Voetafdruk woning + schuurtje: 86 m² · Onbebouwd: 300 − 86 = 214 m² · Min terras: 214 − 15 = 199 m²
Minimaal 160 m² groen of waterpasserend (199 × 0,8) · maximaal 39 m² dicht verhard (199 × 0,2)
Tip: het schuurtje telt mee als bijbehorend bouwwerk en gaat samen met de woning van de kavel af.

Voorbeeld 3 · Vrijstaande woning met carport (kavel 500 m², woning 100 m², carport 15 m² met sedumdak)

Voetafdruk woning + carport: 115 m² · Onbebouwd: 500 − 115 = 385 m² · Min terras: 385 − 15 = 370 m²
Minimaal 296 m² groen of waterpasserend (370 × 0,8) · maximaal 74 m² dicht verhard (370 × 0,2)
Tip: het sedumdak op de carport (15 m²) telt mee als groen oppervlak. Je tuin zelf moet dus minimaal 281 m² groen bevatten.

Bereken het zelf · invulschema Route B
StapOmschrijvingOppervlakte
1Mijn totale kaveloppervlakte.......... m²
2Af: voetafdruk van mijn woning (inclusief bijbehorende bouwwerken zoals schuurtje of carport)− .......... m²
3Mijn onbebouwde oppervlakte (tuin + oprit)= .......... m²
4Af: vrije ruimte voor terras en paden− 15 m²
5Resteert voor de 80/20-berekening= .......... m²
6Minimaal 80% groen of waterpasserend (stap 5 × 0,8)= .......... m²
7Maximaal 20% mag dicht verhard zijn (stap 5 × 0,2)= .......... m²

Vul je eigen kavelmaten in.

Conclusie

Is het groene oppervlak in jouw tuinplan groter dan of gelijk aan het getal bij stap 6? Dan voldoe je aan Route B.

Wat lever je in bij de vergunningaanvraag?

  • Een schets van je kavel met de verdeling groen en verhard
  • De berekening volgens het schema hierboven

De schets hoeft niet professioneel te zijn. Een duidelijke schets op ruitjespapier of een uitdraai van de online rekentool volstaat.

Liever digitaal rekenen? Gebruik de online rekentool van de gemeente Rijssen-Holten. Voer je kavelmaten in en zie direct of je tuinplan voldoet aan Route B.

Route B gekozen?

Vergeet dan niet ook de vier basismaatregelen uit deel 1 te regelen. Die gelden voor iedereen, ongeacht welke route je kiest.

Deel 2 · Gestapelde woningen

De basismaatregelen voor gestapelde woningen

Voor appartementen en andere gestapelde woningen. Dezelfde stappen als deel 1, maar de maatregelen gelden op gebouwniveau en worden berekend als gemiddelde per appartement.

  1. Parkeerplaatsen waterpasserend of halfverharding
  2. Inbouwstenen voor de gierzwaluw per gebouw
  3. Buitenruimte omzoomd door groene haag
  4. Platte daken voorzien van een sedumdak

Deel 2 · Toelichting

Gestapelde woningen

Dit deel gaat over appartementencomplexen en andere gestapelde woningen. Je doorloopt achtereenvolgens de basismaatregelen en daarna je keuze voor Route A of Route B.

Bij gestapelde woningen gelden de maatregelen op gebouwniveau. Niet de individuele bewoner, maar de eigenaar van het gebouw is verantwoordelijk. Dat kan een VvE zijn, een woningcorporatie of een particuliere eigenaar. De maatregelen worden berekend als gemiddelde per appartement over het hele gebouw. Je hoeft dus niet elke maatregel per appartement te realiseren, maar het totaal over het gebouw moet gemiddeld per appartement aan de norm voldoen.

Deel 2 · Verplicht voor iedereen

De basismaatregelen

De vier basismaatregelen in één oogopslag

  1. Voer parkeerplaatsen op eigen terrein uit in waterpasserende verharding (tenzij ondergronds wordt geparkeerd).
  2. Plaats inbouwstenen voor gierzwaluwen: het totaal per gebouw, afgestemd op de schaal.
  3. Omzoom de buitenruimte met een groene haag.
  4. Voorzie platte daken van een sedumdak.

Parkeerplaatsen op eigen terrein

Verplicht: tenzij parkeren ondergronds is geregeld

Parkeerplaatsen op eigen terrein worden uitgevoerd in waterpasserende bestrating. Dichte tegels, beton of asfalt zijn niet toegestaan. Gebruik nooit chemische onkruidbestrijdingsmiddelen op deze bestrating. Het water dat de bodem in zakt komt direct in het grondwater terecht. Wordt er geparkeerd in een ondergrondse parkeervoorziening? Dan vervalt deze verplichting volledig.

Appartementengebouw met parkeerplaatsen van grastegels, omzoomd door een lage haag. AI-beeld.

Waarom?

Waterpasserende parkeerplaatsen zorgen ervoor dat regenwater kan infiltreren en het riool niet overbelast raakt bij hevige buien.

Inbouwstenen voor de gierzwaluw

Verplicht: totaal per gebouw, afgestemd op de schaal van het complex

Het gebouw wordt voorzien van inbouwstenen voor de gierzwaluw. Het totale aantal wordt afgestemd op de schaal van het gebouw: als richtlijn geldt twee stenen per bouwlaag. Plaats de stenen in de noord- of oostgevel op minimaal 4 meter hoogte, met een vrije aanvliegroute.

Bakstenen gevel onder de dakrand met zes ingemetselde nestkasten voor de gierzwaluw.

Let op

Controleer bij de bouw of de inbouwstenen al zijn opgenomen in het bouwplan. Als dat niet het geval is, is de eigenaar van het gebouw verantwoordelijk voor de plaatsing voor of tijdens de bouw.

Waarom?

Gierzwaluwen broeden in gebouwen. Hoe groter het gebouw, hoe meer stenen er nodig zijn om een betekenisvolle bijdrage te leveren.

Groene haag langs de openbare ruimte

Verplicht: aan de zijde grenzend aan openbare ruimte

De buitenruimte wordt aan de zijde grenzend aan openbare ruimte omzoomd door een groene haag. Schuttingen of gesloten afscheidingen zijn aan deze zijde niet toegestaan. Een enkele poort of deur in de haag is wel toegestaan, bijvoorbeeld als toegang vanaf een achterpad of een parkeerplaats. Het gaat dan om één doorgang, niet om een gesloten schuttingdeel. Grenst de buitenruimte aan een groenstrook in plaats van aan verhard openbaar gebied, dan is een doorgang niet toegestaan. Kies bij voorkeur voor inheemse soorten zoals beuk, haagbeuk, meidoorn of kornoelje, of kies voor klimop op een open hekwerk.

Appartementencomplex met een groene haag langs het trottoir. AI-beeld.

Waarom?

Een groene haag langs de openbare ruimte verbindt het complex met de omgeving en maakt de wijk als geheel groener.

Sedumdak op platte daken

Verplicht: minimaal 75% van het platte dakoppervlak

Platte daken worden voorzien van een sedumdak op minimaal 75% van het oppervlak, met een aardlaag van minimaal 4 cm. Combinatie met zonnepanelen is mogelijk en wordt aangemoedigd. Controleer vooraf de draagkracht van de dakconstructie.

Close-up van een sedumdak met een rand van grind.

Waarom?

Een sedumdak op een groot appartementengebouw heeft een enorm effect: waterberging, isolatie, verkoeling en leefgebied voor insecten.

Deel 2

Je keuze voor Route A of Route B

Naast de basismaatregelen kies je hoe je de buitenruimte verder inricht. Twee routes, hetzelfde doel.

Deel 2 · Je keuze

Je keuze: twee routes naar een groene buitenruimte

Naast de verplichte basismaatregelen kies je zelf hoe je de gedeelde buitenruimte verder inricht. Je kunt daarbij kiezen uit twee gelijkwaardige routes. Beide routes leiden tot hetzelfde resultaat: een groene en klimaatadaptieve buitenruimte. Kies de route die het beste past bij het complex.

Route A · De puntenroute

Voor wie gerichte keuzes wil maken

  • Kies maatregelen uit de lijst
  • Elke maatregel heeft een puntwaarde
  • Je hebt minimaal 10 punten nodig
  • Je kiest zelf welke combinatie je maakt
  • Je legt je keuze vast bij je vergunningaanvraag.

Snelste weg: kies het huismuspakket. Dat levert direct 10 punten op.

Route B · De 15-80-20 route

Een resultaatgerichte manier om aan de handreiking te voldoen

  • Neem de totale onbebouwde buitenruimte van het complex
  • Trek 15 m² per appartement op de begane grond af voor terrassen en paden
  • Van de rest moet 80% groen of waterpasserend zijn
  • Maximaal 20% mag dicht verhard zijn
  • Je legt je keuze vast bij de vergunningaanvraag

Geen punten tellen. Je stuurt op het eindresultaat: een buitenruimte die voor minstens 80% groen of waterpasserend is.

Vragen?

Neem contact op met de gemeente Rijssen-Holten. Voor grotere complexen kan de gemeente meedenken over de meest praktische invulling.

Deel 2 · Route A

De puntenroute

Kies maatregelen uit twee categorieën en spaar minimaal 10 punten. De maatregelen gelden als gemiddelde per appartement over het hele gebouw.

Route A werkt met een puntensysteem. Je kiest maatregelen uit twee categorieën en spaart minimaal 10 punten. Welke combinatie je maakt, bepaal je zelf. De enige eis: kies minimaal één maatregel uit categorie 1 en minimaal één uit categorie 2. De maatregelen gelden voor het hele gebouw samen. Hoeveel je per maatregel nodig hebt, bereken je als gemiddelde per appartement over het hele gebouw. Op de website van gemeente Rijssen-Holten vind je voor alle maatregelen voorbeeldsoorten en verdere toelichting.

Maatregelen en punten, Route A gestapelde woningen
MaatregelPunten
Snelroute · Maatregelenpakket huismus10 punten
Categorie 1 · Nest- en verblijfsmogelijkheden (kies minimaal één maatregel)
Geschikte dakrand3
Geschikte luchtspouw2–3
Gevelbetimmering2
Kunstnest huiszwaluw1–2
Nestplek huismus3
Categorie 2 · Groen en natuur (kies minimaal één maatregel)
Kruidenrijk grasland2
Sedumdak op platte daken bijgebouwen2
Regenton1
Struiken3
Groengevel bakkensysteem2
Groene haag als erfafscheiding tussen kavels3
Biodivers groendak op platte daken3
Groengevel volle grond2–4
Groene schutting1–3
Natuurvriendelijke vijver3
Tuiny Forest4

Snelroute · Maatregelenpakket huismus · minimaal 10 punten in één keuze

Met dit pakket ben je in één keer klaar. Vier maatregelen, samen goed voor minimaal 10 punten.

Huismus kijkt uit de opening van een inbouwsteen in een bakstenen gevel.
  1. Nestplek voor de huismus (3 punten). Plaats gemiddeld 3 inbouwstenen voor de huismus per bouwlaag, óf hang gemiddeld 3 losse nestkasten per bouwlaag op, óf pas de hele noord- of oostzijde van het dak aan voor de huismus. Dit laatste is alleen mogelijk bij gebouwen met een zadeldak en dakpannen. Een losse nestkast hang je aan de gevel, aan een bijgebouw of in een boom op het terrein, op minimaal 2 meter hoogte en met een vrije aanvliegroute.
  2. Groene haag als erfafscheiding tussen kavels (3 punten). Gemiddeld 2 meter haag of hekwerk met klimplanten per appartement langs het perceel van het complex.
  3. Groene gevel in de volle grond of groene schutting (1–2 punten). Plant klimplanten in de volle grond aan de voet van de gevel of schutting, minimaal 2 m² per appartement, gemiddeld over het gebouw.
  4. Struiken (3 punten). Plant minimaal 2 m² struiken per appartement, gemiddeld over het gebouw, met minimaal zes verschillende soorten.

Kies je dit pakket, dan voldoe je volledig aan Route A.

Categorie 1

Nest- en verblijfsmogelijkheden

Kies minimaal één maatregel uit deze categorie.

Geschikte dakrand

Categorie 1: Nest- en verblijfsmogelijkheden

3 punten

Wat moet je doen?

  • Pas de dakrand aan zodat gierzwaluwen en vleermuizen de ruimte onder de dakpannen kunnen bereiken
  • Laat de hoeknokpan 3 cm uitsteken
  • Minimaal 75% van de dakrand van die gevel geschikt maken
  • Alleen mogelijk bij gebouwen met een zadeldak en dakpannen
  • Op minimaal 4 meter hoogte, met vrije aanvliegroute
Detail van een dakrand met dakpannen en een smalle opening eronder. AI-beeld.

Waarom?

Nieuwbouwgebouwen zijn zo dicht afgewerkt dat vleermuizen en gierzwaluwen nergens meer naar binnen kunnen. Een aangepaste dakrand geeft hen een veilige nestplek die ze jaar na jaar blijven gebruiken.

Geschikte luchtspouw

Categorie 1: Nest- en verblijfsmogelijkheden

2–3 punten

Wat moet je doen?

  • Maak de luchtspouw toegankelijk via een open stootvoeg of entreesteen
  • Bij een open stootvoeg: opening minimaal 1,5 cm breed en 4 cm hoog
  • Minimaal 5 m² aan geschikte gevel of luchtspouw
  • Op minimaal 3 meter hoogte, met vrije aanvliegroute
  • Openingen in meerdere windrichtingen: 1 extra punt
Witte invliegsteen met een smalle sleuf in een rode bakstenen muur.

Waarom?

Vleermuizen zoeken zelf de warmste plek in de spouwmuur op. Dit maakt het systeem veel effectiever dan een vaste vleermuiskast.

Gevelbetimmering

Categorie 1: Nest- en verblijfsmogelijkheden

2 punten

Wat moet je doen?

  • Bevestig gevelbetimmering met 1,5 tot 2,5 cm ruimte tussen betimmering en muur
  • Minimaal 2 m² per appartement, gemiddeld over het gebouw
  • Onderzijde op minimaal 3 meter hoogte
  • Horizontale latten achter de betimmering als ligplaatsen
Witte gevelbetimmering in de top van een bakstenen gevel, deels achter boombladeren.

Waarom?

De smalle ruimte achter de gevelbetimmering is ideaal voor kleinere vleermuissoorten.

Kunstnest huiszwaluw

Categorie 1: Nest- en verblijfsmogelijkheden

1–2 punten

Wat moet je doen?

  • Hang kunstnesten aan de buitengevel, bij voorkeur onder een overstek of gootbekisting
  • Minimaal 2, maximaal 4 nesten per bouwlaag
  • Plaats de nesten bij voorkeur in een groepje bij elkaar
  • Op minimaal 3 meter hoogte, met vrije aanvliegroute
Twee kunstnesten voor de huiszwaluw onder een dakgoot.

Waarom?

De huiszwaluw bouwt zijn nest onder dakoverstekken. Moderne nieuwbouw biedt daar nauwelijks ruimte voor.

Nestplek huismus

Categorie 1: Nest- en verblijfsmogelijkheden

3 punten

Wat moet je doen?

  • Plaats gemiddeld 3 inbouwstenen voor de huismus per bouwlaag, óf hang gemiddeld 3 losse nestkasten per bouwlaag op, óf pas de hele noord- of oostzijde van het dak aan voor de huismus
  • De dakaanpassing is alleen mogelijk bij gebouwen met een zadeldak en dakpannen
  • Een losse nestkast hang je aan de gevel, aan een bijgebouw of in een boom op het terrein, op minimaal 2 meter hoogte en met een vrije aanvliegroute
Huismus kijkt uit de opening van een inbouwsteen in een bakstenen gevel.

Let op

De inbouwstenen voor de huismus zijn iets anders dan de inbouwstenen voor de gierzwaluw uit de basismaatregelen. De gierzwaluwsteen is voor iedereen verplicht. De huismuskasten zijn een keuze.

Waarom?

Het aantal huismussen is de afgelopen decennia sterk gedaald. De huismus broedt graag in groepen, in en aan gebouwen. Drie nestplekken bij elkaar geven een kolonie de ruimte.

Categorie 2

Groen en natuur

Kies minimaal één maatregel uit deze categorie.

Kruidenrijk grasland

Categorie 2: Groen en natuur

2 punten

Wat moet je doen?

  • Minimaal 2 m² per appartement, gemiddeld over het gebouw
  • Gebruik gebiedseigen soorten in het zaadmengsel, minimaal 4 soorten kruiden
  • Zaai in augustus of september
  • Maai zo weinig mogelijk en voer het maaisel af
Kruidenrijk grasland met gele en roze bloemen.

Waarom?

Kruidenrijke graslanden trekken talloze insecten aan die op hun beurt voedsel zijn voor vogels en kleine zoogdieren.

Sedumdak op platte daken van bijgebouwen

Categorie 2: Groen en natuur

2 punten

Wat moet je doen?

  • Leg een sedumdak aan op de platte daken van bijgebouwen zoals bergingen, fietsenstallingen of overkappingen
  • Minimaal 75% van het betreffende dakoppervlak
  • Minimaal 6 m² dakoppervlak
  • Aardlaag minimaal 4 cm
  • Combinatie met zonnepanelen toegestaan
  • Controleer vooraf de draagkracht
Close-up van een sedumdak met een rand van grind.

Waarom?

Het sedumdak op het hoofdgebouw is al verplicht. Door bijgebouwen ook te vergroenen vergroot je het totale groene dakoppervlak van het complex en versterk je de waterberging en verkoeling.

Regenton

Categorie 2: Groen en natuur

1 punt

Wat moet je doen?

  • Een centrale opvangvoorziening van minimaal 200 liter per appartement, gemiddeld over het gebouw
  • Aangesloten op een regenpijp
Vrouw tapt water uit een grijze regenton bij een donkere houten schuur.

Waarom?

Een centrale opvangvoorziening vergroot de totale opvangcapaciteit van het gebouw aanzienlijk. Op warme zomerdagen is dat water direct beschikbaar voor het groen.

Struiken

Categorie 2: Groen en natuur

3 punten

Wat moet je doen?

  • Minimaal 2 m² per appartement, gemiddeld over het gebouw
  • Minimaal zes verschillende soorten
  • De struiken mogen verspreid over de tuin staan
  • Tip: kies voor soorten die bloeien en bessen dragen, zoals meidoorn, vlier, kornoelje of gelderse roos
Huismussen tussen bloeiende struiken en hortensia's in een tuin. AI-beeld.

Waarom?

Elke struik is een ecosysteem op zich. Met zes soorten creëer je een gevarieerd struweel dat veel meer diersoorten aantrekt dan een monocultuur.

Groengevel bakkensysteem

Categorie 2: Groen en natuur

2 punten

Wat moet je doen?

  • Bakken met planten bevestigen aan de buitengevel
  • Minimaal 2 m² per appartement, gemiddeld over het gebouw
  • Irrigatiesysteem verplicht
  • Kies verschillende soorten waar mogelijk
  • Controleer of de gevel de extra belasting kan dragen
Plantenbakken aan een gevel, schuin van onderen gezien.

Waarom?

Een bakkensysteem maakt het mogelijk om ook hogere gevels te vergroenen. Vogels en insecten vinden er voedsel en beschutting.

Groene haag als erfafscheiding tussen kavels

Categorie 2: Groen en natuur

3 punten

Wat moet je doen?

  • Groene haag langs het perceel van het complex, aan de niet-openbare zijde
  • Minimaal 2 meter haag of hekwerk met klimplanten per appartement, gemiddeld over het gebouw
  • Kies bij voorkeur soorten zoals meidoorn, kornoelje of sleedoorn
  • Tip: gebruik je een hekwerk? Houd onderin een opening van 13 x 13 cm vrij, zodat egels van tuin naar tuin kunnen
Klimopwand langs een grindpad, met een boomstam ervoor.

Let op

De groene haag langs de openbare ruimte is al een basismaatregel. Deze maatregel geldt alleen voor de niet-openbare zijden van het perceel.

Waarom?

Een groene erfafscheiding verbindt het complex met de omgeving en biedt een corridor voor dieren.

Biodivers groendak op platte daken

Categorie 2: Groen en natuur

3 punten

Wat moet je doen?

  • Minimaal 75% van het platte dakoppervlak
  • Minimaal 6 m² dakoppervlak
  • Aardlaag van minimaal 30 cm
  • Combinatie met zonnepanelen toegestaan
  • Controleer vooraf de draagkracht
Groendak vol bloeiende wilde planten, met paarse bloemen op de voorgrond.

Waarom?

Een biodivers groendak is een volwaardige tuin op het dak. Op gebouwniveau heeft dat een enorm effect: waterberging, verkoeling en leefgebied voor insecten.

Groengevel volle grond

Categorie 2: Groen en natuur

2–4 punten

Wat moet je doen?

  • Klimplanten in de volle grond aan de voet van het gebouw
  • Minimaal 2 m² geveloppervlak per appartement, gemiddeld over het gebouw geeft 2 punten
  • Minimaal 4 m² geveloppervlak per appartement, gemiddeld over het gebouw geeft 4 punten
  • Denk aan klimop, wilde kamperfoelie, hop of bosrank
Woning met een gevel begroeid met klimplanten en bloeiende planten aan de voet. AI-beeld.

Waarom?

Klimplanten langs de gevel bieden insecten voedsel en vogels nestgelegenheid. Een groengevel koelt de gevel aanzienlijk op warme dagen.

Groene schutting

Categorie 2: Groen en natuur

1–3 punten

Wat moet je doen?

  • Klimplanten in de volle grond aan de voet van de schutting
  • Minimaal 5 m² schuttingoppervlak per appartement, gemiddeld over het gebouw voor 1 punt
  • Telkens 5 m² extra per appartement geeft 1 extra punt, met een maximum van 3 punten
  • Denk aan klimop, wilde kamperfoelie, hop of bosrank
Houten schutting met latwerk, begroeid met klimplanten.

Waarom?

Een houten schutting is een gesloten vlak zonder ecologische waarde. Door er klimplanten tegen te zetten verander je die wand in leefgebied voor insecten en vogels.

Natuurvriendelijke vijver

Categorie 2: Groen en natuur

3 punten

Wat moet je doen?

  • Minimaal 12 m² wateroppervlak
  • Maximale diepte 60 cm, met minimaal één flauwe oever (helling 1:3 of flauwer)
  • Oevers afwerken met oeverplanten
Kleine vijver met waterlelies, omringd door oeverplanten en hoge grassen.

Waarom?

Een natuurvriendelijke vijver bergt regenwater, koelt de omgeving en biedt leefgebied voor insecten, amfibieën en vogels. Daarmee versterk je in één maatregel zowel waterhuishouding als biodiversiteit.

Tuiny Forest

Categorie 2: Groen en natuur

4 punten

Wat moet je doen?

  • Totaal minimaal 12 m² voor het hele gebouw
  • Uitvoering volgens de methode van IVN Natuureducatie
  • Informatie op www.ivn.nl/tuiny-forest
Smal pad tussen jonge bomen en struiken in een dichte, kleine aanplant.

Waarom?

Een Tuiny Forest realiseert in weinig ruimte een maximale biodiversiteit: struiken, kruiden en bodembedekkers samen.

Wat lever je in bij de vergunningaanvraag?

  • Je gekozen maatregelen met puntentelling
  • Totaal: minimaal 10 punten

Twijfel je over je puntentelling? Op de website van gemeente Rijssen-Holten vind je een online rekentool waarmee je in een paar stappen kunt berekenen of je aan de 10 punten komt.

Route A gekozen?

Vergeet dan niet ook de vier basismaatregelen te regelen. Die gelden voor elk complex, ongeacht welke route je kiest.

Deel 2 · Route B

De 15-80-20 route

Je stuurt niet op losse maatregelen maar op het eindresultaat: de gedeelde buitenruimte is voor minstens 80% groen of waterpasserend.

Je stuurt niet op specifieke maatregelen maar op het eindresultaat: de gedeelde buitenruimte is voor minstens 80% groen of waterpasserend. Geen punten tellen, wel goed nadenken over hoe de buitenruimte wordt ingericht.

Een groene buitenruimte doet veel tegelijk. Regenwater zakt de bodem in in plaats van het riool te belasten. Het groen koelt op hete dagen en geeft insecten, vogels en egels de ruimte. Hoe de verhouding wordt ingevuld, bepaalt het complex zelf. Struiken langs de erfgrens, een groendak op de bergingen, een vijver in de gemeenschappelijke tuin: alles telt mee. Dat geeft vrijheid en levert tegelijk een buitenruimte op waar je van kan genieten.

Hoe werkt de berekening?

  1. Bepaal de totale onbebouwde buitenruimte. Totaal terrein minus voetafdruk van het gebouw en bijgebouwen.
  2. Trek 15 m² per appartement op de begane grond af. Vrije ruimte voor paden, terrassen en entrees.
  3. Pas de 80/20 verhouding toe op de rest. Minimaal 80% groen of waterpasserend, maximaal 20% dicht verhard.
Illustratie van een appartementengebouw met gedeelde tuin. Een label bij het terras zegt: 15 m² terras. Een label bij de rest van de tuin zegt: overig 80% groen, 20% verharding.

Wat telt als groen of waterpasserend?

Telt mee

  • Gazon, planten, borders, heesters, bomen
  • Moestuin, kruidentuin, wilde bloemenweide
  • Waterpasserende oprit of pad: grind, grasdallen, poreuze klinkers, tegels met open voegen
  • Sedumdak of groendak op bijbehorende bouwwerken
  • Vijver of wadi

Telt niet mee

  • Dichte tegels, beton of asfalt
  • Gravel op een waterdicht vlies of folie
  • Kunstgras

Let op

Kunstgras ziet er groen uit, maar is dat niet. Het biedt geen voedsel voor insecten en warmt sterk op in de zomer. Kunstgras telt niet mee als groen of waterpasserend. Kunstgroen zoals plastic klimplanten telt evenmin mee als groen oppervlak.

Rekenvoorbeeld

Hieronder één voorbeeld. Daarna een invulschema waarmee je de buitenruimte van het complex doorrekent.

Voorbeeld · Gestapelde woning (kavel 800 m², gebouw 400 m², 8 appartementen waarvan 4 op de begane grond)

Onbebouwd: 800 − 400 = 400 m² · Min terras: 4 × 15 = 60 m² · Resteert: 400 − 60 = 340 m²
Minimaal 272 m² groen of waterpasserend (340 × 0,8) · maximaal 68 m² dicht verhard (340 × 0,2)
Tip: tel 15 m² alleen voor appartementen op de begane grond. Bewoners op hogere verdiepingen hebben hun eigen balkon of dakterras.

Bereken het zelf · invulschema Route B
StapOmschrijvingOppervlakte
1Totale kaveloppervlakte.......... m²
2Af: voetafdruk van het gebouw (inclusief bijbehorende bouwwerken)− .......... m²
3Onbebouwde buitenruimte= .......... m²
4Af: vrije ruimte voor terrassen begane grond (aantal appartementen op begane grond × 15 m²)− .......... m²
5Resteert voor de 80/20-berekening= .......... m²
6Minimaal 80% groen of waterpasserend (stap 5 × 0,8)= .......... m²
7Maximaal 20% mag dicht verhard zijn (stap 5 × 0,2)= .......... m²

Vul de kavelmaten van het complex in.

Conclusie

Is het groene oppervlak van het complex groter dan of gelijk aan het getal bij stap 6? Dan voldoe je aan Route B.

Wat lever je in bij de vergunningaanvraag?

  • Een situatietekening van het complex met de verdeling groen en verhard
  • De berekening volgens het schema hierboven

Liever digitaal rekenen? Gebruik de online rekentool van de gemeente Rijssen-Holten. Voer de kavelmaten in en zie direct of het groenplan van het complex voldoet aan Route B.

Route B gekozen?

Vergeet dan niet ook de vier basismaatregelen te regelen. Die gelden voor elk complex, ongeacht welke route je kiest.

Let op

Is er nog geen VvE opgericht? Dan is de projectontwikkelaar verantwoordelijk bij de vergunningaanvraag. De verplichtingen worden via de koopakte of huurovereenkomst overgedragen aan de VvE zodra die wordt opgericht.

Afsluiting

Tot slot

Een groene tuin begint met een keuze. Jij maakt die keuze voor jouw stukje van de wijk. Samen zorgen alle bewoners voor een buurt die regenwater opvangt, afkoelt op hete dagen en ruimte biedt aan planten en dieren.

Instandhoudingsverplichting

De maatregelen die je op grond van deze handreiking treft, blijven de gehele gebruiksduur van de woning van kracht, ook na verkoop van de woning. Ontwikkelende partijen zijn verplicht een instandhoudingsverplichting op te nemen in het koopcontract via een kettingbeding. Zo is de duurzame instandhouding van de klimaatadaptieve en natuurinclusieve maatregelen gewaarborgd. Ook het Chw-bestemmingsplan bevat een instandhoudingsverplichting.

Hardheidsclausule

Het inpassen van de maatregelen blijft altijd maatwerk. Als blijkt dat een maatregel bij of aan jouw woning niet uitvoerbaar is, bijvoorbeeld vanwege ecologische vereisten, dan zoek je een passend alternatief binnen de route die je hebt gekozen. Het mes snijdt aan twee kanten: klimaatadaptatie en natuurinclusiviteit bieden veel mogelijkheden en er is bijna altijd een passende oplossing te vinden. Draagt jouw bouwplan op een andere manier bij aan natuurinclusief of klimaatadaptief bouwen dan in deze handreiking beschreven, dan kan de gemeente gemotiveerd afwijken van deze handreiking.

Hoe gaat de gemeente om met de handreiking?

De gemeente controleert circa een jaar na oplevering van je woning of je aan de handreiking voldoet. Dat geeft je de tijd om te verhuizen en je tuin op je gemak aan te leggen. De controle is geen afrekening met de meetlat, maar een moment om samen te kijken of je tuin bijdraagt aan het doel: een natuurinclusieve en klimaatbestendige wijk.

Meer informatie

Kom je er niet uit? Neem contact op met de gemeente Rijssen-Holten. Op de website van gemeente Rijssen-Holten vind je meer informatie over de maatregelen en de online rekentool.